ZILL-DOELEN

MZzo1

Uitdrukken wat men waarneemt.

MZzo1

De omgeving intens en geduldig waarnemen en beleven - op uitnodiging gericht observeren met oog voor het geheel, de delen en grote contrasten - intens en actief waarnemen met de zintuigen door de tijd te nemen om te kijken, te luisteren, te betasten, te ruiken, te proeven, te beleven.

MZrt1

Alleen of samen, een plaats innemen tegenover objecten, ruimteaanduidingen of personen en daarbij rekening houden met de ruimtelijke begrenzingen.

IVzv2

Het werkgeheugen en het geheugen ontwikkelen en inzetten bij het leren - relevante informatie memoriseren.

OWru4

Ervaren vaststellen en uitdrukken op welke wijze ruimtes worden afgebakend en waarom mensen dit doen.

OWru7

Als vaardige voetganger of fietser de verkeersregels kennen en toepassen en de veiligheid van verkeerssituaties in de omgeving inschatten.

GO!-DOELEN

3.5.6.1

Afbeeldingen en/of miniatuurweergaven van vertrouwde plaatsen en voorwerpen herkennen.

3.5.8.2 

Opvallende verschillen in landschappen en omgevingen, door mensen ingericht, ver­woorden (bijv. veel huizen versus weinig huizen).

3.5.9.4

Aangeven dat zij op de stoep moeten stappen.

3.5.9.26

Aangeven dat ze op het fietspad moeten fietsen.

3.5.9.46

In de eigen omgeving plaatsen herkennen waar ze veilig kunnen spelen en waar niet.

6.1.2.17 

Leven veiligheidsafspraken na.

OVSG-DOELEN

Leerplan wereldoriëntatie verkeer

2 De leerlingen herkennen in de eigen omgeving de plaatsen waar ze veilig kunnen

3 De leerligen beseffen dat het verkeer risico’s inhoudt. Dit tonen ze door:

3.1 op het trottour zo ver mogelijk van de rijbaan te stappen;

3.6 te stoppen aan de stoeprand alvorens over te steken.

4 De leerlingen kunnen als voetganger onder begeleiding elementaire verkeersregels toepassen zoals:

4.1 op het trottoir blijven;

4.4 bij het zien van verkeerstekens hun gedrag aanpassen.

5 De leerlingen kunnen de principes van preventief voetgangersgedrag en de betreffende verkeersregels inconcrete verkeerssituaties toepassen. Dit tonen ze door:

5.2 bij afwezigheid van een trottoir op de berm of op het fietspad te stappen.

Leerplan wereldoriëntatie maatschappij

3.1 De leerlingen kunnen aangeven dat het overtreden van afspraken stoort.

Leerplan wereldoriëntatie ruimte

21 De leerlingen kunnen op foto's en afbeeldingen vertrouwde personen, voorwerpen, gebouwen: - aanwijzen; 

30 De leerlingen kunnen verschillen in landschappen en omgevingen door mensen ingericht verwoorden.

Deze website gebruikt cookies. Sommige cookies zijn noodzakelijk om de website goed te doen functioneren en kan je niet weigeren als je deze site wil bezoeken. Andere cookies gebruiken we voor analysedoeleinden. Meer informatie